In dit menu

Economie

Het vak economie wordt ook wel algemene economie genoemd. Het gaat over de voorziening in behoeften aan goederen, diensten, vrije tijd en een schoon natuurlijk milieu en over alle problemen die deze voorziening in de praktijk oplevert.

Wanneer en hoe vaak
In de derde klas maken alle leerlingen kennis met het vak. In de bovenbouw (vierde tot en met de zesde) klas is economie een verplicht vak in het profiel economie en maatschappij en is het voor leerlingen in de andere profielen een keuzevak.

Kennis
Het vak is een kennismaking met de belangrijkste economische theoriëen. Deze bieden een handvat om economische problemen te analyseren. Economische artikelen in kranten en tijdschriften zijn hierdoor (beter) te begrijpen en kunnen in de loop van de studie van een kritisch oordeel worden voorzien. Tevens vormt het vak op deze manier een goede introductie op een studie economie of een andere studie met economische bijvakken.
Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: 
- Schaarste, geld en handel
- Vraag naar en aanbod van producten en prijsvorming
- Markten met veel en met weinig concurrentie
- Onderhandelen en de uitkomsten ervan
- Risico’s en verzekeren
- Welvaart en groei van de productie in een land
- De oorzaken van economisch goede en slechte tijden
- Hoe kan de overheid de economie bijsturen?
- Wisselkoersen, vast en zwevend.

Vaardigheden
Centraal staan het leren van het economische jargon, het omgaan met grafieken, tabellen en (rekenkundige) modellen en het beredeneren van economische verbanden. Dit wordt gedaan door individueel en met kleine groepjes te werken in de klas. Verder krijgen de leerlingen practische opdrachten (kleine werkstukken) op, waarbij ze vaak een link moeten leggen met de economische actualiteit.
 
De kennis en vaardigheden worden getoetst door middel van schriftelijke toetsen, die vanaf de vijfde klas gaan meetellen voor het eindexamen (schoolexamens). Deze schoolexamens vormen de helft van het cijfer op het diploma. Het vak wordt afgesloten met een centraal schriftelijk eindexamen, dat voor 50% meetelt.

Leermiddelen
De methode van de LWEO (Landelijke Werkgroep Economie)

Excursies en projecten
In de vijfde klas brengen de leerlingen een bezoek aan De Nederlandsche Bank.
Verder wordt deelgenomen aan projecten van verschillende universiteiten. Afgelopen jaar en dit schooljaar betrof het bij voorbeeld een onderzoek naar duurzaam ondernemen en een kennismaking met speltheorie.