In dit menu

Wiskunde
Wiskunde wordt in ieder cursusjaar van het Ignatius gegeven, want het is een vak waarmee leerlingen over zes jaar hopelijk eindexamen zullen doen. 

Bij wiskunde moeten we in eerste instantie denken aan een voortzetting van het rekenen dat al gedaan is op de basisschool. In klas 1 wordt begonnen met het rekenen met variabelen (algebra). Ook wordt in die klas al gelijk begonnen met een oriëntering op de ruimte.

Leerlingen werken voornamelijk uit de leerboeken van de serie Getal en Ruimte.
Daarnaast maken leerlingen in de onderbouw werkstukken die een wiskundige achtergrond hebben. Zij mogen soms zelf het onderwerp bepalen, mits het een relatie heeft met  wiskunde.

De leerlingen worden regelmatig getoetst door het maken van proefwerken en/of schriftelijke overhoringen.

In de les werken de leerlingen grotendeels zelfstandig en tegelijkertijd is er veel aandacht voor hun gemaakte werk: doen ze het wel goed, of moet het nog verbeterd worden?
Afwisselend worden meetkundige en algebraïsche onderwerpen behandeld. Ook wordt een begin gemaakt met het aanleren van bewijsvoeringen en het behandelen van statistiek.

In de derde klas krijgen de leerlingen voorlichting over de vakken wiskunde A, B , C en D.  Dit in verband met de profielkeuze die in deze klas gemaakt moet worden.
Als leerlingen in de bovenbouw komen, dan hebben ze al gekozen voor wiskunde A, B of C. Deze drie vakken hebben ieder hun eigen karakter en leerstofomschrijving. De verschillende vakken worden overigens op vergelijkbare wijze getoetst als in de onderbouw.

In klas 5 wordt een begin gemaakt met schoolexamenonderdelen en in klas 6 worden uitsluitend schoolexamens gegeven. Klas 6 sluit af met een landelijk eindexamen.